De Wieër

Background

De Wieër

 

Door Roelof Braad*

 

Een bijzonder deel van Heerlerheide is de buurt De Wieër. De buurt heeft zijn naam te danken aan het kasteel ‘Ter Wyer’, waarvan helaas rond 1956 in verband met grootscheepse woning­bouw in de wijk geen steen meer op de andere is gelaten. Het adel­lijk huis dateerde uit de 12de eeuw en was rond 1700 aanmer­kelijk uitge­breid. De naam van de wijk betekent ‘vijvers’. Al eerder waren be­zittingen bij het kasteel, als vijvers en landerijen, ten prooi gevallen aan de mijn- en bruinkoolexploitatie aan het begin van de 20ste eeuw. Als we het echter over de vijvers hebben in de wijk, dan hebben we het vooral over de vijvers in het park Passart bij de wijk, die in vroeger dagen veel imposanter waren en toebehoorden aan het nog aanwezige en gerestaureerde kasteel Passart-Nieuwenhagen.

 

Passart-Nieuwenhagen

Het eertijds dubbel omgrachte complex, reeds vermeld in 1350 als Wickrader grootleen van Valkenburg, was toen in handen van Hendrik van Nieuwenhagen. Rond 1400 was het goed in bezit van de familie Huyn van Amstenrade. Vervolgens ging het over aan de Maastrichtse jonkers Passarts, die het vererfden aan de familie Van Strijthagen. Het complex bestaat uit een rechthoekig herenhuis en een hoeve in onregelmatige U-vorm. Het herenhuis, verhoogd opgetrokken van baksteen met zware, onregelmatige, grof bekapte hoekblokken en een plintafdekking van zandsteen, is gebouwd op de fundering van de middeleeuwse weertoren.

Aan het adellijk huis was het voorrecht verbonden van jacht en visvangst in de gehele schepenbank Heerlen. Aan het begin van de 18de eeuw was het goed ruim omgracht met ruime visvijvers. In het begin van de 19de eeuw kwam het in bezit van de familie De Marchant d’Ansembourg (van kasteel Amstenrade) die het in de 20ste eeuw weer verkocht.

Op de bijbehorende kasteelhoe­ve Passart-Nieuwenhagen is het ankerjaartal 1612 aangebracht, dat vermoe­delijk voor een tweede keer werd gebruikt, want in 1679 is de hoeve grotendeels afgebrand (er was toen sprake van het ‘gebrande huis’). De uit baksteen opgetrokken bouwhoeve bestaat uit drie vleugels, twee zij- en één voorvleugel met de ingang in het midden. Het werd kort na de brand hersteld samen met de burcht, die vroeger twee imposante hoektorens had. Die torens werden ca. 1850 afgebroken. Eind jaren zeventig wilde men van de hoeve een caravan- en paardenstalling maken, maar dat is er gelukkig niet van gekomen. Zij is inmiddels gerestaureerd en bestemd voor beschermd wonen.

 

Huis Roebroeck en de bruinkoolwinning

Een ander adellijk huis was het huis Roebroeck, in de volksmond het Leyenhoes. Het werd in 1918 afgebroken en was lange tijd de residentie van belangrijke adelijke families. De oudst bekende leenverheffing stamt uit het jaar 1383 door Simon Huen van Rodenbroick, in 1434 door Johan en Karis, broers van een kleinzoon Simon van de eerste bezitter. Karis huwde Jutta Chorus en gaf zijn naam aan het latere gebied: de borg van Karis, Carisborg. Op de landerijen van dit kasteel had de heer J.A. Sijster­mans aan het einde van de 19de eeuw een put nodig. Toen hij voor dit doel een kuil ging graven, dacht hij ongetwijfeld niet, dat dit idee oorzaak zou zijn van een bloeiende industrie. Hij stootte na enig graven namelijk op een laag bruinkool. Bruin­kool was makkelijker te winnen dan steenkool. Voor de ontginning van de dikke laag bruinkool werd aan hem samen met de graaf van Amstenrade, d’Ansembourg en dr. E. Wint­gens pas in 1906 bij Koninklijk Besluit een con­sessie verleend. Pas in de Eerste Wereldoorlog waren uitstel van de verstrijkings­termijn van de conssessie en de steenkoolschaarste aanleiding om met de exploitatie te beginnen. Voor een ton briketten was ongeveer drie ton bruin­kool nodig. Deze moest worden gezeefd. De uit 1923 daterende briket­fa­briek in Tree­beek-Passart haalde in de bloeitijd een produktie van zo’n 70.000 ton per jaar (maar gering vergeleken met de Duitse bruinkoolgroeven). Ofschoon de concessie Carisborg al van 17 november 1906 dateert, startte de eigenlijke ontginning van de bruinkool pas elf jaar later. Eerdere pogingen om geld voor de exploitatie bij elkaar te krijgen, mislukten Toen tijdens de oorlogsjaren evenwel het gebrek aan brandstoffen steeds nijpender werd, riep de N.V. Furness’ Scheepvaart‑ en Agentuur Maatschappij een nieuwe N.V. in het leven, de Maatschappij tot Exploitatie van Bruinkolenvelden Carisborg. Na een minutieus onderzoek nam zij de ontginning ter hand en wist de produktie in korte tijd op te voeren tot 3000 ton per dag. Deze bloeiperiode was van korte duur. Na de oorlog waren al snel voldoende andere brandstoffen verkrijg- baar. Voor de ruwe bruinkool met een stookwaarde van zo’n 2000 calorie�was niet voldoende afzet meer. De Maatschappij Carisborg werd geconfronteerd met de vraag óf de exploitatie geheel te stoppen óf een brikettenfabriek te bouwen. In tegenstelling tot de andere bruinkoolmijnen koos Carisborg voor de laatste mogelijkheid. Eind 1923 was de fabriek gereed en werd de exploitatie, zij het op veel beperktere schaal, voortgezet. De ontginning van de zes tot zeven meter dikke bruinkoollaag geschiedde mechanisch. De bovenlaag, zo’n twintig tot vijfentwintig meter zand, verdween met behulp van grote lepelbaggers als vulling in eerder ontgonnen groeves. De bruinkool zelf werd in de briketfabriek gemalen, gedroogd en uiteindelijk op het gewenste formaat geperst. De capaciteit van de fabriek bedroeg 50 ton per dag, ofwel zo’n 100.000 briketten! Deze grote hoeveelheid kon evenwel niet in haar totaliteit in eigen land worden afgezet. Een typisch Hollands verschijnsel was, dat aan hetzelfde buitenlandse produkt een grotere calorische waarde werd toebedacht. Toch was die van de Carisborg‑briket met 4800 tot 5000 calorie� zeker even groot. Deze briketten vonden onder meer toepassing in de gasgeneratoren voor de keramische industrie en voor de steenfabrieken. Vanwege het handige formaat, de zindelijke stookwijze en zeker niet op de laatste plaats de lage prijs, was de brandstof ook in vele huishoudens zeer geliefd. Hier werden zij gebruikt in de keuken of gestookt in speciale brikettenhaarden. Ook de kleinindustrie, met name bakkerijen, vormde een groot afzetgebied. Dankzij de lange milde vlammen, die voor een over de hele vuring verdeelde hitte zorgde, ontstond een mooi gelijkmatig baksel. Een ander voordeel van de briketten was bovendien, dat door de vlammen de vuring en de roosters niet werden aangetast.

 

De bruinkoolfabrieken zijn inmiddels verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor het Park ‘De Weggebekker’. Wie goed kijkt kan de sporen van de bruinkoolwinning in het landschap echter nog zien. Ook een middagwandeling in het park De Passart langs het eens zo roemruchte kasteel Passart-Nieuwenhagen is nog steeds de moeite waard. 

* Roelof Braad is stadshistoricus van Heerlen en bereikbaar bij het Heerlense Stadsarchief.Foto’s: collectie Stadsarchief Heerlen.

Luchtfoto van de omgeving van hoeve en kasteel Ter Weijer, ca. 1950. De wijk de Wieër moet nog worden aangelegd

img 1

 

.

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 07432.jpg)

Kasteel Ter Weijer, kort voor de sloop.

 

img 10img 10

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 12967.jpg)

 

 

 

Het kasteel Passart-Nieuwenhagen rond 1950.

img12

 

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH

 

 

00141.jpg)

Ingang van de kasteelhoeve Passart-Nieuwenhagen met ankerjaartal 1612. Op de voorgrond links, achter de haag, de gracht die het complex omgaf.

img13

 

 

 

 

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 00142.jpg)

Renier Roidkin schilderde de hof Passart-Nieuwenhagen in Heerler­heide aan het begin van de 18de eeuw. Aan de onderkant van de foto is het wapen van de familie De Fays, die het ruim met visvijvers omgrachte riddergoed van ca 1719-1734 in bezit hadden.

 

img (5)

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 02058.jpg)

Geboortehuis van Caris van Roebroeck, genaamd Carisborg of Heidehofke (Heihofke). Dit leengoed werd herbouwd door C. Huyn van Roedenbroeck omstreeks 1510. Het is ca. 1916 afgebroken voor het bruinkoolontginningsveld Carisborg 1.

img

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 00131.jpg)

De bruinkoolgroeve Carisborg aan de Passartweg rond 1918. Zij werd door de gelijknamige firma ge�loiteerd. Men ziet hier smalspoor materieel en de graafmachines. Het vervoer van de briketten vond plaats door de Staatsmijnen via Staatsmijn Emma (door middel van een eigen spoorlijn) en door vrachtautos.

img (2)

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 00070.jpg)

of (SAH prentencollectie Tekening Dupont). Dan bijschrift aanvullen met: W.H. Dupont tekende de ontginning met op de achtergrond de fabriek waar de bruinkoolbriketten werden gemaakt.

img (3)

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH prentencollectie Tekening Dupont).

Interieur van de in 1923 gebouwde brikettenfabriek van de N.V. Carisborg.

 

img (4)

‘Bron: Fotocollectie Stadsarchief Heerlen nr (SAH 17217.jpg)